Cultuurwetenschappen

Werk eens de volgende activiteiten uit in je lessen cultuurwetenschappen (of een andere les). Zo werk je aan eindtermen voor de...

tweede graad ASO: 5-6, 21-24, 25-27
derde graad ASO: 5-6, 21-24, 25-27

SMAAKMAKERS bestaat uit interessant lesmateriaal, educatieve websites,... kortom een handvol ideeen om op eigen houtje aan de slag te gaan.

ACTIVITEIT: waarden en normen in verhalen

Thema: waarden
Duur: 1 lesuur
Doelgroep: tweede graad ASO
Eindtermen: 5-6, 21-24, 25-27

Verloop:
De leerlingen krijgen de tijd om op de website www.beleven.org/verhalen/ verhalen door te nemen. Hierbij krijgen ze enkele richtvragen:
"Hoe worden waarden en normen in dit verhaal uitgedrukt? Wat is het effect van dit verhaal? Vergelijk dit met verhalen uit andere culturen. Zijn dezelfde normen en waarden daar ook belangrijk?..."

Bronnen:
www.beleven.org/verhalen/: website met verhalen uit de hele wereld

ACTIVITEIT: witte sneeuw

Thema: waarden
Duur: 1 tot 2 lesuren
Doelgroep: 3de graad ASO
Eindtermen: 5-6, 21-24, 25-27

Verloop:
Deze activiteit gaat na hoe waarden door de taal worden overgebracht. Verdeel de leerlingen in groepjes. Geef een stuk papier en een stift aan elke groep en vraag hun de volgende tabel over te schrijven: +                            0                                   -

Leg uit dat deze activiteit gaat over de taal die we gebruiken en dat ze uitdrukkingen moeten zoeken met woorden zoals wit, zwart, Indiaan, Roma (zigeuner), Jood, Arabier, Rus, enz. Als de leerlingen een uitdrukking aanbrengen, zoek dan uit hoe ze wordt gebruikt.

- de uitdrukking met een positieve betekenis schrijf je in de eerste kolom
- de uitdrukking met een neutrale betekenis schrijf je in de tweede kolom - de uitdrukking met een negatieve betekenis schrijf je in de derde kolom De uitdrukking "zwarte sneeuw" bijvoorbeeld verwijst naar een moeilijke periode, dus zet je die in de derde kolom. Trek 15 minuten uit voor dit deel van de activiteit.

Vraag de groepen de uitdrukkingen in de derde kolom (met een negatieve betekenis) te bekijken en vraag hen alternatieve uitdrukkingen te suggereren. Schrijf ze op in de vierde kolom die als titel "alternatieve taal" kan krijgen.

Vraag hen de werkbladen te presenteren en vraag elke groep de uitdrukkingen voor te lezen die ze gevonden hebben. De evaluatie gaat over de gevonden uitdrukkingen:
- Welke kolom was het volst?
- Welke soort woorden vinden we in de 1ste, 2de en 3de kolom?
- Aangezien taal niet neutraal is, welke waarden drukt onze taal dan uit over onze eigen cultuur en over andere culturen?
- Is het belangrijk om taal te gebruiken die geen negatieve betekenis inhoudt over andere culturen? Waarom?
- Indien ja, hoe zouden we onze taal dan moeten veranderen?

Bronnen:
www.vormen.org/AllemaalAnders

 

 
CONTACT SITEMAP INSCHRIJVEN NIEUWSBRIEF FAQ HOME