Maatschappelijke vorming 1ste graad B-stroom
Doe eens volgende activiteiten in je les maatschappelijke vorming, zo werk je aan de eindtermen 'dimensie maatschappij' 1 tot 7.
SMAAKMAKERS bestaat uit interessant lesmateriaal, educatieve websites,... kortom een handvol ideeen om op eigen houtje aan de slag te gaan.
ACTIVITEIT: kennismaking Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
Thema: kinderrechten Doelgroep: eerste graad B-stroom Duur: 1
Verloop: Op de website van VORMEN kopieer je 17 afbeeldingen en 17 kaartjes met daarop de kinderrechten. Start met een korte toelichting (ongeveer 10 minuten) over het IVRK. De helft van de groep trekt een afbeelding, de andere helft een kaartje met daarop een kinderrecht. Geef de leerlingen de tijd om rond te lopen en op zoek te gaan naar het kinderrecht dat volgens hen het best past bij hun afbeelding (of kinderrecht). Als de koppels gevormd zijn, vraag je aan elk duo om de afbeelding aan de hele groep te tonen en kort uit te leggen waarom volgens hen de prent bij het kinderrecht past. Daarna bespreek je klassikaal de rechten van het kind.
Bronnen: www.vormen.org/Kinderrechten/KinderrechtenEdPakDeel1.pdf website met een educatief pakket over kinderrechten.
ACTIVITEIT: waar / niet waar dozen
Thema: vooroordelen / diversiteit Doelgroep: eerste graad B-stroom
Verloop: Dagelijks komt het voor dat jongeren en volwassenen zich vergissen. Op zich is daar niets mis mee. Maar als mensen tegen beter weten in blijven geloven in dingen die helemaal niet waar zijn, kan dit leiden tot misverstanden en ruzie. Ook vooroordelen ontstaan uit onwetendheid. In de lesmap "Respect" staan verschillende werkvormen beschreven om je leerlingen stil te laten staan bij "waar/niet waar", o.a. de werkvorm "waar - niet waar dozen". De leerlingen bedenken zelf twee waar/niet waar beweringen en kiezen er een uit. De beweringen moeten voldoen aan volgende criteria: - De bewering moet altijd waar of niet waar zijn. - Je moet kunnen bewijzen of het waar of niet waar is. Enkele voorbeelden: "Alle vogels kunnen vliegen. (niet waar)", "Iedereen heeft vooroordelen (waar)", "Van de 6 miljard mensen op de wereld is 10% vluchteling (niet waar: 0,25%)",...
Tijdens deze les gaan de leerlingen kijkdozen maken. Aan de buitenzijde beplakken ze een doos met gekleurd papier. De bewering komt op de lange buitenzijde van de doos en wordt geillustreerd. In de twee korte kanten van de binnenzijde van de doos maken ze een kijkgat. Daarboven plaatsen ze aan de ene kant "Waar" en aan de andere kant "Niet Waar". Dwars in het midden van de doos komt een kartonnen schot. Op het schot schrijven ze aan de ene kant "Goed, want ." en aan de andere kant "Fout, want .". Daarna maken ze de kijkdoos dicht.
Bronnen: - "Respect, praktijkboek voor onderwijs en jeugdwerk", Utrecht, Stichting Vredeseducatie, 2006. Dit is een educatief pakket. Leerlingen en leerkrachten verwerven samen kennis, doen onderzoek, oefenen vaardigheden en werken aan hun houding. De werkvormen zijn er op gericht dat de deelnemers hun leerproces verwerken in een tentoonstellingsmodule. - Meer info: www.vredeseducatie.nl
ACTIVITEIT: Mensenbingo: vind iemand in je groep en vraag of hij/ zij.?
Doelgroep: eerste graad B-stroom Duur: 20 minuten (ijsbreker)
Verloop: Elke leerling krijgt een 'bingoformulier'. In elk vakje staat een vraag vermeld die ze aan hun medeleerlingen kunnen stellen. Leg aan de leerlingen uit dat ze zo veel mogelijk medeleerlingen moeten aanspreken om iets over hen uit te zoeken zodat ze in elk vakje een andere naam kunnen invullen. Wie als eerste een rij (diagonaal, horizontaal of verticaal) heeft ingevuld met verschillende namen, is de winnaar en roept 'Bingo'.
Voorbeelvragen zijn: "hij of zij onlangs zijn/haar kamer opnieuw heeft ingericht", "van muziek houdt", "naar een ander Europees land is gereisd", "samenwoont met andere familieleden", regelmatig een krant leest", "zijn/haar eigen kleren maakt", "deze morgen ontbeten heeft", "huisdieren heeft", "een muziekinstrument kan bespelen", "ouders of grootouders heeft die in een ander land geboren zijn", "een beetje Spaans spreekt", "buiten Europa reist", ...
Als je een kort debat wilt over wat de leerlingen hebben ontdekt, begin dan met te vragen of het spel hen bevallen is. Praat over de verscheidenheid aan vaardigheden en interesses in de groep en welke culturele invloeden ze kunnen ontdekken in de manier waarop leerlingen geantwoord hebben. Maar maak het niet te zwaar - ga verder met een andere activiteit die de mensen ertoe aanzet om gelijkenissen en verschillen te bestuderen. Bv.: "Een is gelijk aan een", te downloaden op de website van VORMEN.
Bronnen: - www.vormen.org/AllemaalAnders Een website met educatief pakket over mensenrechten.
|