Wiskunde
- Wereldburgerschap en de specifieke eindtermen van wiskunde zijn niet altijd gemakkelijk met elkaar te combineren, maar er zijn steeds mogelijkheden iets uit te werken in bepaalde lessen wanneer er projectmatige gewerkt wordt in de school.
- Maak duidelijk aan de leerlingen dat wiskunde niet een exclusief westers product is, maar dat het overal in de wereld is bedacht. Op die manier kan je allochtone leerlingen een positieve identificatie aanbieden in de vorm van personen uit de eigen etnische achtergrond die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de wiskunde.
- Schenk aandacht aan de ethische dimensie van wetenschappen; elke uitvinding, elke ontdekking heeft ook zijn duistere kant en kan misbruikt worden.
- Ook via dit vak kan je werken aan wereldburgerschap door met een open onbevooroordeelde houding naar de leerlingen te staan.
SMAAKMAKERS bestaat uit interessant lesmateriaal, educatieve websites,... kortom een handvol ideeen om op eigen houtje aan de slag te gaan.
ACTIVITEIT: reele functies; migratie
Thema: diversiteit Duur: 2 lesuren Doelgroep: derde graad ASO
Bronnen: "Migratie: waar is de mens thuis?", fragment uit DVD "Wereld in beeld" Het migratiepatroon van een bepaald volk in een bepaalde regio analyseren (migratiematrices).
ACTIVITEIT: getallenleer: water
Thema: water Duur: 1 lesuur Doelgroep: tweede graad TSO
Verloop: Tabel: Populatie en beschikbare waterreserves per land. Bereken per land het volume beschikbaar water per inwoner. Bereken het gemiddelde en de mediaan van het volume water per inwoner. Van welke landen ligt het volume beschikbaar water per persoon het dichtst bij dit gemiddelde? Van welke landen ligt het volume beschikbaar water per persoon het dichtst bij de mediaan?
Bronnen: Meer oefeningen in "Troubled waters", uit te lenen bij de documentatiecentra van Kleur Bekennen.
ACTIVITEIT: getallenleer: 'stukken van de taart' -spel
Thema: voeding en landbouw Duur: 2 lesuren Doelgroep: derde graad TSO
Verloop: Verdeel een deel van het klaslokaal in 6 gelijke delen die elk staan voor een continent: Australie, Afrika, Azie, Europa, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Vraag aan de leerlingen zich verhoudingsgewijs te verdelen over deze continenten (tabel met bevolkingsaantallen wordt gegeven). Kondig dan aan dat de totale voedselproductie wordt voorgesteld door 100 letterkoekjes en dat de je ze gaat verdelen over de continenten volgens de voedselproductie. Vraag de leerlingen vervolgens deze koekjes te verdelen over alle bewoners van het continent. Voeg eraan toe dat 3 koekjes/pers betekent dat er voldoende eten is. Wat stellen de leerlingen vast? Welk continent heeft voldoende? Onvoldoende?
Bronnen: Nog meer oefeningen in "Recht op voedsel", te ontlenen in de documentatiecentra van Kleur Bekennen.
|